Wie regelmatig in de omgeving van Oranjewoud, Mildam en Katlijk komt, heeft ze ongetwijfeld gezien: damherten. De populatie is de afgelopen jaren sterk gegroeid en dat blijft niet zonder gevolgen voor mens, natuur en landschap.
Sinds 2016 wordt de damhertenpopulatie in het gebied jaarlijks geteld door de Wildbeheereenheid Schoterland. Deze tellingen vinden plaats in het voorjaar, voordat de kalveren worden geboren, zodat een goed beeld ontstaat van de omvang van de populatie. Tijdens de telling in 2025 zijn 839 damherten waargenomen. Wanneer de groei zich in hetzelfde tempo voortzet, wordt verwacht dat er in het najaar van 2025 ongeveer 1.100 dieren in het gebied aanwezig zijn. Daarmee is sprake van een sterke, vrijwel exponentiële groei.
Met de toenemende aantallen neemt ook de overlast toe. Verkeersongevallen met damherten komen vaker voor en landbouwers ondervinden schade aan maïs- en graslanden. Ook in particuliere tuinen en landschapselementen zoals houtwallen en bosranden worden de gevolgen steeds zichtbaarder.
Steeds meer bewoners treffen maatregelen om hun eigendommen te beschermen. Tuinen worden voorzien van afrasteringen om de dieren buiten te houden. Ook terreinbeheerders investeren in beschermingsmaatregelen. In de bossen achter de Oranjehoeve zijn jonge aanplantingen omgeven door rasters, terwijl ook It Fryske Gea afrasteringen plaatst om kwetsbare beplanting te beschermen. In het Katlijker Schar wordt zelfs gewerkt met rasters van circa 2,20 meter hoog om schade door vraat zoveel mogelijk te voorkomen.
De provincie volgt de ontwikkeling van de populatie nauwlettend. Meldingen van aanrijdingen worden geregistreerd via Faunabeheer Friesland en schade aan gewassen wordt in kaart gebracht via schadevergoedingen aan agrariërs. Deze gegevens geven inzicht in de maatschappelijke gevolgen van de groeiende damhertenstand.
Naast de effecten op landbouw en verkeersveiligheid wordt ook onderzoek gedaan naar de invloed van damherten op natuurwaarden. Door flora en fauna binnen en buiten verschillende typen afrasteringen met elkaar te vergelijken, wordt onderzocht welke effecten de dieren hebben op de vegetatie en biodiversiteit. Daarbij worden niet alleen negatieve, maar ook positieve effecten waargenomen. Zo houden damherten op sommige locaties het pijpenstrootje kort, wat gunstig kan zijn voor de ontwikkeling van heideterreinen.
De provincie gebruikt deze kennis om het beheer van de damhertenpopulatie verder te onderbouwen. Diverse terreinbeherende organisaties, waaronder It Fryske Gea en Staatsbosbeheer, onderschrijven het belang van populatiebeheer. Al in 2019 bereikten betrokken partijen overeenstemming over een gewenste populatieomvang van ongeveer 80 damherten in het gebied rond Oranjewoud, Mildam en Katlijk.
De uitdaging voor de komende jaren is om een balans te vinden tussen de aanwezigheid van deze indrukwekkende dieren en de leefbaarheid, veiligheid en natuurkwaliteit van het gebied. Daarmee blijft de discussie over de damherten niet alleen een vraagstuk van aantallen, maar vooral ook van zorgvuldig beheer van een bijzonder Fries landschap.